Mensenrechten

 

Mensenrechtenverklaring

                                    zoals gekopieerd van

 

http://www.ohchr.org/EN/UDHR/Pages/Language.aspx?LangID=dut

 

 


Universal Declaration of Human Rights
Languages | Regions | Sources | Feedback

Dutch Version
Source: United Nations Department of Public Information


PROFILE

Native Name
Nederlands

Total Speakers
21,000,000 (1995)

Usage by Country

Official Language: The Netherlands, Belgium (with French), Surinam,Netherlands Antilles, Aruba


Home Speakers: also in France.

Background
It belongs to the Indo-European family, Germanic group, West Germanicsubgroup, and is spoken by 20 million people, (nearly 14 million in theNetherlands). Standard Dutch, "Netherlandic", is used everywhere in writingand educated speech. "Flemish" is an alternative name for Dutch in Belgiumand Westhoek in France but is not a "Dutch dialect". The development ofthe Dutch language may be divided into three main periods. The only importantsurviving work in Old Dutch, which extends to 1100, is a translation ofthe Psalter, a religious text. Middle Dutch extends from 1100 to 1550,a period during which the language underwent changes in sounds and inflections.No standard written form was recognised until the 1200s. Modern Dutch extendsfrom 1550 to the present. The most important event in the Modern Dutchperiod was the publication from 1619 to 1637 of the Statenbijbel, the authorisedversion of the Scriptures, which did much to spread this form of Dutchin the Low Countries. Long a maritime nation, the Dutch have left theirimprint on many languages of the world. Many Dutch nautical terms havebeen adopted into other languages. Dutch idioms and syntax are still evidentin present-day Indonesian. English words of Dutch origin include deck,yacht, easel, freight. furlough, brandy, cookie, cruller, waffle, maelstrom,isinglass, and Santa Claus. Many place names in New York City, such asBrooklyn, Flushing, Harlem, Staten Island, and the Bowery, are remindersof the old Dutch colony of New Amsterdam.




Received: 19980525
Posted: 19980720
Checked: 19981112
Sources

UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS
Preambule
Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijkeen onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslagis voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;

Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechtenvan de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten vande mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarinde mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrijzullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal vaniedere mens;

Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten vande mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mensniet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen totopstand tegen tyrannie en onderdrukking;

Overwegende, dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling vanvriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;

Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvesthun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheiden de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwenopnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang eneen hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen;

Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties,zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie vande Verenigde Naties, overal de eerbied voor en inachtneming van de rechtenvan de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen;

Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakomingvan deze verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;

Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze UniverseleVerklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door allevolkeren en alle naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elkorgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, ernaar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechtenen vrijheden te bevorderen, en door vooruitstrevende maatregelen, op nationaalen internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doenerkennen en toepassen, zowel onder de volkeren van Staten die Lid van deVerenigde Naties zijn, zelf, als onder de volkeren van gebieden, die onderhun jurisdictie staan:

Artikel 1
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkanderin een geest van broederschap te gedragen.

Artikel 2
Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verkaringopgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur,geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationaleof maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridischeof internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort,onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebiedbetreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

Artikel 3
Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid vanzijn persoon.

Artikel 4
Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij enslavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Artikel 5
Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede,onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6
Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkendte worden voor de wet.

Artikel 7
Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraakop gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspaak op gelijke beschermingtegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedereophitsing tot een dergelijke achterstelling.

Artikel 8
Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationalerechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met degrondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9
Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentieof verbanning.

Artikel 10
Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbarebehandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijkeinstantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bijhet bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.

Artikel 11
Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er rechtop voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens dewet bewezen wordt in een openbare rechtzitting, waarbij hem alle waarborgen,nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijkvergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaalof internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op hettijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal eenzwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaanvan het strafbare feit van toepassing was.

Artikel 12
Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijkeaangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, nochaan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmengingof aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13
Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoevenbinnen de grenzen van elke Staat.
Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne,te verlaten en naar zijn land terug te keren.

Artikel 14
Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en tegenieten tegen vervolging.
Op dit recht kan geen beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingenwegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd metde doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 15
Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.
Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, nochhet recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Artikel 16
Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst,hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen eneen gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft,tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledigetoestemming van de aanstaande echtgenoten.
Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappijen heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17
Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen metanderen.
Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18
Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;ditrecht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen,alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaarals in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijdendoor het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door erediensten de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19
Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Ditrecht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren enom door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden opte sporen, te ontvangen en door te geven.

Artikel 20
Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.
Artikel 21
Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijnland, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelatentot de overheidsdiensten van zijn land.
De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering;deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, diegehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht enbij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheidvan de stemmen verzekert.

Artikel 22
Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijkezekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanningen internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en dehulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturelerechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiingvan zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.

Artikel 23
Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatigeen gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.
Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loonvoor gelijke arbeid.
Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige engunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert,welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zalworden aangevuld.
Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zichdaarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

Artikel 24
Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegripvan een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakantiesmet behoud van loon.

Artikel 25
Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voorde gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepenvoeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijkesociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid,ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een andergemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijkvan zijn wil.
Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen,al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Artikel 26
Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn,althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zalverplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaarworden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoede begaafdheid bezit.
Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijkepersoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten vande mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheiden de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderenen het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhavingvan de vrede steunen.
Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort vanopvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27
Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het cultureleleven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebbenaan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.
Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiëlebelangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiekwerk, dat hij heeft voortgebracht.

Artikel 28
Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijkeen internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaringgenoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel 29
Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrijeen volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.
In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechtsonderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgestelden wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiedigingvan de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigdeeisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in eendemocratische gemeenschap.
Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend instrijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 30
Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd,dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenenom iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten,die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verkaringgenoemd, ten doel hebben.

 

 

 

© The Office of the High Commissioner
for Human Rights
Geneva, Switzerland
Send e-mail with comments and suggestions to:

webadmin.hchr@unog.ch


OHCHR-UNOG
8-14 Avenue de la Paix
1211 Geneva 10, Switzerland
Telephone Number (41-22) 917-9000
Fax Number (41-22) 917-9016

SITE MAP | SEARCH | INDEX | DOCUMENTS | TREATIES | MEETINGS |PRESS | STATEMENTS