Alle delen van dr.L. de Jong zijn gratis te downloaden

 http://www.niod.nl/nl/download

 

 

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong  blz 1  

 Uittreksel j.k.

deel 1      Voorspel

Van 1920 tot,'1940

steeg het aantal kinderen dat bijzonder lager onderwijs volgde, procentueel

van 45 tot 68, het openbaar onderwijs werd door het confessionele verdrongen.

Blz 82

 

De hokjesgeest ging weligtieren.

Ver-scheidenheid werd ge-scheidenheid en de gescheidenheid leidde

tot een uit elkaar groeien van volksgroepen die datgene wat bij 'de anderen'

gebeurde, niet volgden en vaak ook niet konden begrijpen. De gereformeerden

maakten dat laatste voor andersdenkenden trouwens wèl moeilijk

toen hun Asser Synode in 1926 een predikant uit Amsterdam-Zuid, ds.

J. G. Geelkerken, in zijn ambt schorste, o.m. omdat hij niet bereid was,

zonder voorbehoud te aanvaarden dat de slang die luidens Genesis 2 en 3 tot

Eva gesproken had, een 'zintuigelijk waarneembare werkelijkheid' geweest

was. Met groepen uit vijf-en-twintig andere gemeenten richtte een deel van

de kerkeraad van Geelkerkens gemeente de Gereformeerde kerken in hersteld

verband op.

Blz 83

1 Bij de op 31 december 1930 gehouden volkstelling bleek 36,42% van de bevolking

(totaal 7.935.565 zielen) Rooms-katholiek te zijn, 34,43%Nederduitshervormd

(0,08% Waals hervormd), 8,04% behoorde tot de Gereformeerde.kerken, 0,63 %

was Christelijk-gereformeerd, Verdere cijfers: Remonstrant 0,37%, Doopsgezind

0,78 %, Evangelisch-Luthers 0,99 %, Hersteld Evangelisch-Luthers 0, I 5%, Oud-'

Katholieke kerk 0,13 %, Nederlands-Israëliet 1,34%, Portugees-Israëliet 0,07%:-

:rot een ander kerkgenootschap behoorde 2,14% der bevolking; het Centraal'

Bureau voor de Statistiek vermeldde er 95, nog afgezien van 89 bij het; CBS

'onbekende kerkgenootschappen', 26 soorten, buitenkerkelijke godsdienstigen en

28 soorten 'niet te rangschikken personen', waaronder een vuuraanbidder en een

maanaanbidster. V~ de bevolking had 14,42% opgegeven, tot geen kerkelijke

gezindte te behoren (in Zaandijk en Koog aan de Zaan resp. 50,16 en 50,55%),

Centraal Bureau voor de Statistiek (verder aan te halen als CBS): Volkstelling-1930,

Blz 84

De diepe crisis 1930

Het was niet de eerste omslag in de conjunctuur die zich in 1929-30 ging aftekenen. Al in de negentiende eeuw was gebleken dat de kapitalistische productiewijze elkaar regelmatig afwisselende perioden van voorspoed en tegenspoed kende. De statistiek was toen nog maar weinig ontwikkeld; de variaties kwamen nog het duidelijkst tot uiting doordat, periodiek, grote

aantallen arbeiders" door het bedrijfsleven uitgestoten en op de bedeling aangewezen werden.: Naarmate zich de statistiek verder ontwikkelde, kreeg men een duidelijker inzicht in het verloop van hetgeen men' de conjunctuur' ging noemen en omstreeks de eerste wereldoorlog kwamen economen in enkele landen, onder hen de Nederlandse socialist J. van Gélderen, onafhankelijk

van elkaar tot de constatering dat het economisch leven een dubbele golfbeweging kende: een Z.g. lange golf waarbij de toppen :een jaar of veertig, en een Z.g. korte golf waarbij zij een jaar of vijftien uit elkaar lagen                                             Blz 116

zie verder blz 2

 Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 2  

 

 

De werklozenkassen

De steunbedragen waren bescheiden; werd een werkloze vader gesteund, dan kon bovendien geen

enkel ander gezinslid steun ontvangen; inwonende zoons die werkloos werden, kregen dus geen eigen uitkering (en in december '22 werd bepaald dat zij ook geen uitkering zouden ontvangen als zij, hoewel werkloos, een eigen gezin gingen stichten); werkten die zoons wèl, dan werd op de steun van de vader twee-derde van hun inkomsten in mindering gebracht; werkende

ongehuwde vrouwen en meisjes die geen kostwinster waren, ontvingen evenmin een cent, als ze althans door de plaatselijke commissie geschikt geacht werden voor huishoudelijk werk: ze moesten maar dienstbode worden.

De steunontvangende werkloze was voorts verplicht, er voor te zorgen dat hij als werkzoekende ingeschreven was bij de gemeentelijke arbeidsbeurs of bij de plaatselijke correspondent van de in 1916 opgerichte Rijksdienst voor de Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling; tenslotte moest hij te allen tijde zijn woning openstellen voor controleurs van het steunverlenend orgaan.

Blz 130

Welnu, in december 1930 waren er 136 000 geregistreerde werklozen; een jaar later waren het 246 000; nogmaals een jaar later, december '32, 350 000 - en in '32 stonden in de maand met de minste werkloosheid, mei, toch nog altijd meer dan 240 000 personen bij de organen voor de arbeidsbemiddeling als werkzoekende ingeschreven."  Blz 131

 

zo werden in juni 1933 van ca. 280 000 geregistreerde werklozen slechts ca. 135 000 ondersteund." De geldende regeling stond in het dubbele teken van de zuinigheid en de voorzichtigheid, die zich beide uitten in ingrijpende controle-voorschriften.   Blz 132

 

Stempelen

De werkloze die steun aanvroeg, moest een lang formulier invullen. Hem werd (van januari' 32 af) mèt dat formulier een stempelkaart overhandigd die hij dagelijks één- of tweemaal bij de penningmeester van zijn vakbond, bij de gemeente-secretarie of bij aparte stempellokalen moest laten afstempelen. Hij moest zich daar in werktijd melden ten bewijze dat hij niet ergens clandestien werkte; werkloze kelners moesten dus ook des avonds 'stempelen.' 'Stempelen'

moesten niet alleen allen die steun ontvingen maar ook, in veel gemeenten, hun werkloze gezinsleden die niet 'in de steun vielen'; de werkloze inwonende zoon van een werkloze vader mocht immers ook geen clandestiene inkomsten hebben." Blz 133

 

Kleine aanvullingen warèn mogelijk: soms een 'Kerstgave' ter hoogte van een kwart van

het wekelijks steunbedrag; van tijd tot tijd extra-goedkope margarine; extra-goedkoop vlees-in-blik; een kosteloos fietsplaatje voor hen 'die konden aantonen dat zij hun rijwiel nodig hadden ter voldoening van de voorschriften van de steunregeling' (woonden zij minder dan een hili uur

lopen van het stempellokaal, dan konden zij het, aldus de overheid, buiten een fiets stellen) 'en aan werklozen die aannemelijk konden maken dat zij hun rijwiel behoefden voor het zoeken van werk' -  Blz 136

 

Toen waren er, december '34, 414 000 geregistreerde werklozen. Ruim vier jaar later, januari '39, waren er 406 000Blz 141

zie verder blz 3

 

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz3 

  

 

Toch mag men zeggen dat de massale werkloosheid, hoewel zij uiteindelijk een situatie

schiep waarbij in de ongunstige perioden van het jaar meer dan veertig op de

honderd arbeiders doelloos thuis zaten of rondliepen, de traditionele politieke

en geestelijke levenspatronen van het Nederlandse volk niet wezenlijk

doorbrak en het staatkundig bestel niet deed wankelen, laat staan omver stiet.

In Duitsland was dat wel het geval.  Blz 142-143

 

Inflatie en Hitler´s opkomst

Op dat moment was; als gevolg van de binnerilandse troebelen en de desorganisatie van het economisch leven, van het vertrouwen in de waardevastheid van de mark al niet veel overgebleven. Successieve Duitse regeringen hadden de gemakkelijkste oplossing gekozen: begrotingstekorten waren met nieuw-gedrukte bankbiljetten Z.g. gedekt. De inflatie had onzekerheid, de onzekerheid nieuwe inflatie geschapen en het tempo van die inflatie was van kwartaal tot kwartaal sneller geworden. Toen het Ruhrgebied bezet werd, moest men voor

één Amerikaanse dollar al 10 000 Mk neertellen. Maar die bezetting ondermijnde het vertrouwen iri de valuta nog verder; de Duitse regering die tot passief verzet in het Ruhrgebied opgeroepen had en, als uitvloeisel daarvan, de stilgelegde industrie moest steunen, liet per dag alleen al voor de financiering van die steun voor een waarde van ca. f 30 mln aan nieuw papiergeld drukken. In marken uitgedrukt, stegen de geldswaarden tot astronomische bedragen. In augustus '23 was een situatie ontstaan waarbij de Reichsbank dagelijks tussen de 40 en 50 miljard aan papieren marken in omloop bracht. Alle spaarsaldo's, vrucht veelal van een noeste 'arbeid van generaties, hadden hun waarde verloren; buitenlanders, ook N ederlanders. kochten in Duitsland voor een appel en een ei kostbare bezittingen op; de middenstand werd er totaal geruïneerd. Toen eindelijk 'een nieuwe mark ingevoerd werd en het productieproces in valutaopzicht weer een grondslag kreeg die stabiel bleek te zijn, werd bepaald dat men voor elke Rentenmare duizend miljard aan oude marken moest neertellen. Dat eindpunt van de meest groteske en sociaal-verwoestende inflatie die zich waar ook ter wereld ooit voorgedaan heeft, werd op 20 november 1923 bereikt.

Elf dagen tevoren, op 9 november, was Duitsland opgeschrikt door het bericht dat zich in München een Putsch had voorgedaan van rechts-extremistische groepen onder aanvoering van zekere Adolf Hitler, leider van een beweging die in Beieren meer en meer van zich had doen spreken, de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei of NSDAP.

Blz 149

 

Geen arier nachweis

Op 20 april 1889 werdhij in Braunau aan de Inn, stadje aan de grens van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie met Beieren, geboren. De afkomst van zijn vader, Alois Hitler, een capabel douane-beambte, is niet duidelijk. Vast staat dat deze in 1837 als buitenechtelijk kind ter wereld gebracht werd door de toen drie-en-veertigjarige Maria Anna Schicklgruber: tot kort voor haar

bevalling was deze elders in Oostenrijk dienstbode geweest. Over de identiteit van de verwekker van het buitenechtelijk kind staat niets met zekerheid vast. Hitler zelf deelde omstreeks 1930 aan zijn juridische adviseur, dr. Hans Frank, mee, van familieleden vernomen te hebben dat een Jood

veertien jaar lang voor de zoon van Maria Anna Schicklgruber alimentatie betaald had. 

zie verder blz 4

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 4  

 

 

In hoeverre hij zelfbesefte (of dat besef verdrong), 'mogelijkerwijs een joodse grootvader te hebben, weten wij niet; wèl weten wij dat de Führer der NSDAP zelf niet bij machte was, de z.g. Arier-Nachweis (het bewijs dat men vier niet-joodse grootouders had) te produceren welke

van elke Duitser gevraagd werd die buiten de Jodenvervolging wilde vallen.

Blz 151

 

1933 Hitler kanselier

De Telegraaf rekende het Hitler als verdienste aan, 'dat hij het bolsjewistische gevaar in Duitsland had vernietigd, nog voor hij rijkskanselier werd'." De Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad waren er van overtuigd dat von Papen en Hugenberg (die ook minister geworden was) de Führer van de NSDAP in toom zouden houden: 'Grote doortastendheid is

totnogtoe geen bijzondere eigenschap van Hitler gebleken', meende de NRC.5 Voor het sociaal-democratische dagblad Het Volk (welks Berlijnse correspondent midden januari geconcludeerd had: 'Voor de volle dictatuur is de tijd voorbij. De nationaal-socialisten kunnen het niet. Dat is reeds lange tijd gebleken')" was het daags na de Machtübernahme slechts 'de vraag hoe

Hitlers heerlijkheid het snelst zal ineenstorten: door de woede van de teleurgestelde massa of door de intriges van zijn collega Hugenberg'.? Het communistisch partij-orgaan De Tribune zag de nieuwe rijkskanselier als 'de knecht van het Duitse bankkapitaal, van de groot-industriëlen, als de gevangene van de Oost-Pruisische landjonkers ... Het Nazidom is tot staan gebracht'," 'het communisme marcheert en het zal de arbeidersklasse naar een vrij, socialistisch, naar een Sowjet-Duitsland voeren? Blz 166

 

Het protest van links

Zo ver ging Colijn niet. Welbesloot hij, gesteund door een groot deel van de publieke opinie, maatregelen te nemen die zich óók tegen de SDAP en de met haar verbonden organisaties richtten. Kort na zijn optreden als minister legde de Wilde (binnenlandse zaken) aan de Vara een verbod op, langer 'De Internationale' in de ether te laten klinken. Een tweede maatregel, door

de sociaal-democraten als krenkend beschouwd, betrof hun partijgenoten die

als ambtenaar onder het departement van defensie ressorteerden. Blz 229

 

het ambtenaarschap bij defensie werd onverenigbaar verklaard met het lidmaatschap van de SDAP of van de twee bij het NVV aangesloten ambtenarenbonden.

Twee organisaties waren door de ministerraad uit de oorspronkelijke voorstellen van de minister van justitie, van Schaik, geschrapt: ter linkerzijde de Vrijdenkersvereniging 'De Dageraad', volgens van Schaik, 'practisch een revolutionaire groep ook op staatkundig gebied";ter rechterzijde ir. Musserts NSB.

De NSB gespaard - SDAP en NVV verboden voor de ambtenaren onder defensie! Het wekte verontwaardiging in sociaal-democratische kring. Blz 230

 

De sociaal democraten

Bij de algemene verkiezingen in juli 1918 had de SDAP 21,75 %van de

stemmen verworven; in mei 1933 21,46%. Stagnatie dus.  Blz 233

zie verder blz 5

 

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 5   

 

 

Plan van de Arbeid

In april '34 besloot het congres van de SDAP, een wetenschappelijk bureau op te richten dat als eerste taak kreeg, een uitgewerkt plan op te stellen voor het maken van een begin met 'de overgang naar het socialisme'. Met die overgang had dat plan, het Plan van de Arbeid, dat, na voorbereiding door een commissie met Albarda als voorzitter, uitgewerkt was door het bureau

waarvan ir. H. Vos als directeur optrad, weinig te maken: dat werd ook erkend. Het was in hoofdzaak een plan voor het voeren van een actieve eonjunctuurpolitiek waarbij het als taak van de overheid gesteld werd, de eonjunctuur te beheersen. Het bank- en kredietwezen moest onder controle gebracht worden: de hausse moest afgeremd worden, in perioden van baisse

diende de overheid de koopkracht te vergroten.Dat vergde 'aantasting van de absolute beschikkingsmacht over het kapitaal, zulks in het algemeen belang".' Het plan stelde de oprichting voor van een Centraal Conjunctuurbureau, van Distributieraden ter ordening van de winkelbedrijven, van een Vervoerschap ter ordening van het transportwezen. De kern lag evenwel bij het voorstel dat de regering in drie jaar tijd met geleend geld f 600 mln zou

uitgeven (een heel wat hoger bedrag dan de magere f 60 mln van het Werkfonds-1934) voor het uitvoeren, en dan tegen normale, niet tegen verlaagde lonen, van een grote reeks werken: versnelling van de Zuiderzee-inpoldering en van de automatisering van het telefoonnet; bouw van wegen, bruggen, kanalen, tunnels; aanleg van waterleidings- en rioleringsnetten; opruiming van krotten; ontginning en ontwatering van gronden. Beeldende kunstenaars

moesten regeringsopdrachten krijgen, bekwame afgestudeerden in staat gesteld worden wetenschappelijke onderzoekingen uit te voeren. De industrialisatie moest bevorderd worden. Van de injectie aan koopkracht zouden, doordat de consumptie zou toenemen, weer nieuwe takken van de industrie alsmede de boeren en de middenstanders profiteren. Becijferd werd dat die injectie met haar secundair effect, gekoppeld aan andere maatregelen - invoering van de 40-urige werkweek (met gedeeltelijke looncompensatie), verlenging van de leerplicht met één jaar - het aantal werklozen met 200 000 zou doen dalen. Een Plan-regering zou taken te over hebben, 'de taak van de meerderheid van het parlement waarop de Planregering rust, zal niet licht zijn';'

Blz 234

 

Het rechts autoritair protest

Wij moeten terug: terug in de historie. Want zo min als het rechts-autoritair protest tegen het regeringsbeleid in de jaren' 30 los te maken valt van de autoritaire en fascistische stromingen die zich in ons land in de jaren '20, zij het zwak, geopenbaard hadden, zo min vallen die stromingen los te maken van een wending inhet Europese politieke denken welke zich al vroeger, in de negentiende eeuw, was gaan aftekenen. De wortels liggen diep: bij de Franse revolutie.

 

Theoretici van het restauratie-tijdperk dat op het Napoleontische volgde, hadden daarentegen

betoogd dat de gelijkheid der mensen een gevaarlijke fictie was: sommigen waren voorbestemd te heersen, anderen te dienen. Dat waren opvattingen die, later in die eeuw, niet slechts door Fransen geuit werden: ook de Duitse filosoof Nietzsche, om slechts deze te noemen, getuigde er van. In Frankrijk leidde dit principieel anti-liberale, autoritaire denken tegen het einde van de eeuw voor het eerst tot de vorming van aparte politieke organisaties.

Blz 236

                                                                                       zie verder blz 6

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 6  

 

 

In kringen die zo dachten, herrees het eeuwenoude anti-semitisme in nieuwe vorm: Joden waren bankiers (de RothschiIds!), Joden stonden vaak vooraan in de rijen der socialisten: Karl Marx was Jood geweest. Sommigen gingen in hun afkeer van de Joden zo ver dat zij kapitalisme en socialisme beschouwden als samenhangende aspecten van een-en-dezelfde sluwe poging

van 'het Jodendom', van 'het joodse ras', zich meester te maken van de wereldheerschappij.

Blz 237

 

Mussolini’s succes

Die desintegratie ging voort. In de zomer van '23 verklaarde het parlement zich in meerderheid accoord met een wetsontwerp hetwelk inhield dat, na volgende verkiezingen, de sterkste partij automatisch twee-derde van alle zetels zou verwerven.

In januari '25 kondigde hij de vestiging van een dictatuur aan - en zowaar, de oppositionele partijen en de volksmassa's lieten zich intimideren.

Maar dag in, dag uit schetterde de propaganda en toen in maart '29 opnieuw gestemd

werd, verwierf de fascistischelijst 90%van alle stemmen. Blz 243

Mussolini hakte de knoop door. De Paus kreeg Vaticaanstad als souverein gebied toegewezen; een groot bedrag werd hem uitbetaald; alle Italiaanse huwelijken moesten voortaan kerkelijk gesloten worden (echtscheiding werd practisch onmogelijk) en de staat nam op zich, op de scholen voor godsdienstonderwijs te zorgen.

Het accoord van1929 kwam bij katholieken in de gehele wereld zijn naam in hoge mate ten

goede.

De Duce kreeg ook in ons land veel bewonderaars. Bij een rondvraag onder de lezers van het Algemeen Handelsblad bleek in oktober '27 dat zij hem, schepper van de fascistische staat, als de op een na grootste figuur van zijn tijd beschouwden"; 'dat de bewondering van Thorbeeke's nazaten naar deze afzichtelijke tyrannie uitgaat, is toch een hoogst bedenkelijk verschijnsel',

vond Het Volk.Blz 245

 

Katholieke fascisten

Smedts geeft van de staatkundige voorlichting die aan het eind van de jaren '20 in een van de Brabantse klein-seminaries aan de toekomstige zieleherders gegeven werd, deze samenvatting:

'De monarchie was de enige regeringsvorm die God had gewild. De monarch moest natuurlijk een katholiek zijn en de katholieke kerk een staatskerk. In Nederland was de situatie verre van ideaal: het Huis van Oranje was antikatholiek maar moest waarschijnlijk aanvaard worden omdat het koninklijk gezag van God komt, althans de sanctie van God krijgt. Democratie was onzin

om vele redenen. Het was een aanslag op de door God gewilde orde. Bovendien: welk recht kon een onontwikkeld libertijn doen gelden op één stem als een geleerde professor, vader van tien kinderen, er ook maar één had? In de moderne tijd moest een dictator soms aanvaard worden. Als hij goed katholiek was en de rechten van de kerk erkende, waren er geen bezwaren tegen. Daarom stond men met een vrij grote sympathie tegenover Mussolini van wie men weinig anders

wist dan dat hij de Vaticaan~ kwestie had opgelost en een concordaat met paus Pius XI had gesloten."  Blz 259

 

zie verder blz 7

 

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 7  

 

 

Mussert en de NSB

Toen de Centrale Inlichtingsdienst eind november '33 zijn jaarlijkse vergadering hield met zijn contactpersonen bij de politiekorpsen, kwam het tot een lange discussie of die NSB' ers wel staatsgevaarlijk waren. 'Ik heb de overtuiging', aldus het hoofd van het Hilversumse politiekorps,

'dat zij zeer regeringsgetrouw zijn. Nogmaals, ik heb nog nooit last met hen gehad. Wel hebben zij mij uitgenodigd, op hun vergaderingen te komen, doch ik heb geantwoord dat ik daarheen mijn mannetjes zou sturen. Ik verklaar oprecht, nog niet veel van het fascisme te weten, doch ik beschouw het wel als een tegenwicht voor communisme en socialisme.'

 

Nog geen jaar later meende de minister van justitie, mr. van Schaik, dat het 'een punt van nadere overweging (zou) kunnen uitmaken of niet tegenover de NSB een iets ruimere houding zou

kunnen worden aangenomen'. Immers: 'Hetgeen mij in de loop van het laatste jaar over het doen en laten van de NSB is gerapporteerd, heeft mij het bewijs van een illegaal, revolutionair, gezagsvijandig of tegen het koningshuis gericht streven niet geleverd. Blz 293

 

Die propaganda greep steeds wijder om zich heen. Haar thema’s waren eenvoudig: het liberalisme moest afgewezen worden omdat er 'het marxisme' uit voortkwam, 'het marxisme' omdat het tot de ondergang voerde; onweerstaanbaar (zie naar Italië! zie naar Duitsland!) was een nieuwe tijd op komst waarin 'de eeuwenoude, onvergankelijke zedelijke waarden' die in

het Leidend Beginsel van de NSB neergelegd waren, tot gelding zouden komen. 'Wij willen leven', aldus Mussert op tientallen vergaderingen, 'in een gezonde, gereinigde atmosfeer.Wij willen weer een volk worden, een gemeenschapmet idealen en waar rechtvaardigheid zal heersen. Daarom ten strijde tegen de afbraak van de natie, de klassestrijd,de volksvergiftiging, het

parlementair systeem."   Blz 295

 

Statenverkiezing 1935 NSB 11 %

Anders weer in Zeeland waar Kerstens Staatkundig Gereformeerde Partij plaatselijk op Zuid-Beveland, maar ook op Tholen, tot de helft van haar aanhang naar de NSB zag overlopen: 'de sterke regering die de SGP wil, verlangt ook de NSB. Beide partijen zijn even anti-democratisch en even anti-parlementaristisch.

Mussert eiste van de Statenleden

dat zij hun presentiegelden in een speciaal fonds zouden storten; daaruit

zouden zij slechts vergoeding krijgen voor de gemaakte kosten, eventueel

ook voor loonderving."Blz 302

Mussert vond weinig weeerklank

Mussolini had in Italië meer dan twee jaar lang samen met liberale en conservatieve elementen kunnen regeren. Hitler was door de Deutsch- Nationalen in samenwerking met andere rechtse krachten in het zadel geholpen Blz 309

 

hoofdartikel van Volk en Vaderland

Er is geen houden meer aan: het Joodse volk is in volle oorlog met Duitsland en Italië en de andere Europese volkeren kunnen zich aan die oorlog niet meer onttrekken ... De hoofdstad van het Joodse volk is New York; de sterkste burcht is de Verenigde Staten; Rusland is volkomen in

hun macht; Engeland is voor hen een fort: Nederland is het meest vooruitgeschoven bastion'> -

Blz 331                                                                                zie verder blz 8

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 8  

 

REACTIE DER POLITIEKE PARTIJEN

Befaamd werd in sociaal-democratische kring vooral ook de wekelijkse 'Kroniek' die de oprichter van het NVV, dr. Henri Polak, elke zaterdagavond aan Het Volk bijdroeg. 'Wie met fascisme besmet is, houdt op Nederlander te zijn; hij is fascist en dit wil zeggen: moordenaar', schreef hij in maart '37. Op aanklacht van een NSB advocaat werd hij wegens 'belediging' tot f 25 boete veroordeeld," En 'de jood Polak' kwam in Volk en Vaderland naast 'de jood Sluyser' te staan.

 Blz 342

De Paus had Mussolini en zijn fascistisch regime aanvaard; de Paus sloot een concordaat met Hitler; Duitse bisschoppen en aartsbisschoppen juichten de man toe die 'de macht van het communisme gebroken' had. Blz 347

Ten aanzien van de verhouding Kerk-Staat deelde hij mede dat hij moeilijkheden had gehad over de jeugd. Maar hij had doorgezet: 'de jeugd behoort mij'. In de grond wenst de Kerk geen sterke staat, verzet zich zoveel mogelijk tegen het opkomen van sterke staten. Daarover volkomen eens. Letterlijk zeide hij: de oude leer is en blijft:

'Die Kirche ist die Sonne und der Staat die Mond'."     Blz 355

 

Das Dritte Reich

Zo op 24 september 1935 toen hij in München in een besloten vergadering van Reichsleiter en Gauleiter der NSDAP 'ganz unmissverständlich darauf an(spielte), dass er einmal Krieg

führen werde, doch werde er noch etwa vier Jahre Zeit nötig haben bis es soweit wäre .... Hess' (Hitlers plaatsvervanger als leider der partij) 'hatte der Versammlung das strikteste Schweigegebot aujerlegt.» Een klein jaar later, augustus ,36,komen wij diezelfde termijn van vier jaar tegen. Hitler schreeftoen een memorandum waarin hij betoogde dat het grondgebied van Duitsland te klein was om de eigen bevolking te voeden: 'die endgultige Lösung liegt in einer Erweiterung des Lebensraumes, bzw. der Rohstoff- und Ernährungsbasis unseres Volkes' ; dus moest het tempo van de militaire en economische mobilisatie versneld worden, vooralook het tempo van de productie van ijzererts, kunstrubber en synthetische benzine; 'Lch stelle damit [olgende Aufgabe', aldus de slotwoorden van het memorandum:

 '1. Die deutsche Armee muss in vier jahren einsatzfähig sein.

 II. Die áeutsche Wirtschajt muss in vier jahren kriegsfähig sein_'       Blz.407

 

Daarbij mag er dan in de eerste plaats op gewezen worden dat aan Hitlers politiek van expansie die zich wel moest uitbreiden tot een poging tot onderwerping en gelijkschakeling van geheel Europa, de onderwerping en gelijkschakeling van Duitsland voorafgingen - een onderwerping en gelijkschakeling die, op het moment waarop hij Reichskarizler werd, onbegonnen werk leken.

Per slot waren in het door von Papen voorbereide en door Hitler geleide kabinet slechts drie van de twaalf leden nationaal-socialist en bij de verkiezingen voor de Rijksdag die begin november ' 32 plaatsgevonden hadden, had slechts één op de drie Duitsers op de nationaal-socialistische lijst gestemd. Blz 409

Eén ding stond voor hem vast: de eenmaal veroverde macht zou hij niet laten glippen. 'Wenn die Wahl nicht entscheidet, muss die Entscheidung eben auf einem anderen Wege fallen' -

Gustav Krupp bracht hem namens de aanwezigen dank en uit kringen van de zware industrie en het bankwezen ontvingen de NSDAP en de groep Hugenberg-von Papen miljoenen aan subsidies voor hun verkiezingscampagnes,                         

Blz 410                                                                                             zie verder blz 9

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 9 

 

Socialisten en Communisten

Zestig jaar lang was de SPD, bijna vijftien de KPD prat gegaan op haar gedisciplineerd karakter;

men had de arbeiders geleerd, in blind vertrouwen naar de voorgangers op te zien. Onder die discipline lag evenwel, zo constateerde kort na de vernietiging van alle sociaal-democratische organisaties een illegaal-werkend SPD'er, 'eine sehr, sehr verbreitete Schwäche' verborgen: 'Die Massen unserer Genossen waren nicht an eigenes Denken gewöhnt worden; aus Disziplin waren

sie zu eigenem Denken und selbständigem Handeln unfähig.'

 

Zo was het, historisch gezien, haast symbolisch dat de enige die tot dat zelfstandig handelen overging, niet een Duitse, maar een niet-Duitse arbeider was. Zes dagen voor de verkiezingen, op maandagavond 27 februari, stak de Nederlander Marinus van der Lubbe in Berlijn het Rijksdaggebouw in brand.'  Blz 412

 

de brand van het Rijksdaggebouw, breed uitgemeten door Hitler en de zijnen die luidkeels

verkondigden, door tijdig ingrijpen Duitsland bewaard te hebben voor een door de communisten ontketende, verwoestende burgeroorlog, dreef de kiezers bij miljoenen naar de NSDAP. Dat bleek op 5 maart ´33.

Vijf-en-eenhalf miljoen stemmen kregen' de Nazi's er bij; hun percentage klom van 33 tot 44; de aanhang der Deutsch-Nationalen liep goeddeels over naar een nieuwe formatie, door Hugenberg en de katholiek von Papen geleid. De coalitie van de NSDAP en die nieuwe formatie (de Nationale Konzentration) kon in de Rijksdag van 647 zetels met 340 zetels op een solide meerderheid bogen. Zentrum en SPD wisten zich nagenoeg te handhaven, de communisten zagen zich door meer dan een vijfde van hun kiezers in de steek gelaten.

Hitler had getriomfeerd. Blz 418

 

Hitler liet geen gras groeien over de overwinning die hij, mede door de propagandistische uitbuiting van de Rijksdagbrand, bij de verkiezingen van 5 maart' 33 behaald had.

Geen moment was hij van plan, bij de uitoefening van de macht enige inspraak van de volksvertegenwoordiging in haar nieuwe samenstelling te dulden: zij moest uitgeschakeld worden. Een Gesetz zur Behebung der Not von Volk und Reich werd voorbereid dat de regering in de persoon van de rijkskanselier voor een periode van vier jaar machtiging gaf (men spreekt dan ook meestal van het Ermächtigungsgesetz), buiten alle vertegenwoordigende lichamen om wetten af te kondigen. Van de Rijksdag werd politieke zelfmoord verlangd; hij diende het wetsontwerp minstens met twee-derde meerderheid aan te nemen.

Schakelde men de communisten uit (hun partij zou men kunnen verbieden), dan bleven er 566 afgevaardigden over.

Hitler beschikte met zijn bondgenoten over 340 stemmen; 378 waren er nodig. Goering suggereerde in de kabinets-vergadering van 15 maart dat hij als president van de Rijksdag zoveel sociaaldemocraten uit de zittingszaal zou verwijderen dat een twee-derde meerderheid gewaarborgd zou zijn. Die kunstgreep bleek overbodig.

Toen het nieuwe parlement op 23 maart in de Kroll-Opera te Berlijn bijeenkwam, waren alle communistische afgevaardigden gearresteerd, ondergedoken of gevlucht in de emigratie.

 

Van de 120 leden van de sociaal-democratische fractie (van wie twee op weg naar de zitting gearresteerd werden) konden 94 aanwezig zijn: alle intimidatie ten spijt stemden zij tegen.

zie verder blz 10

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 10  
 

 

De burgerlijke partijen evenwel en ook het katholieke Zentrum stemden vóór.

'Grosse Umbildungsprozesse', zo verdedigde de katholieke fractievoorzitter mgr. Ludwig

Kaas korte tijd later dat noodlottige en smadelijke, maar voor Hitler uiterst gunstige votum (441 stemmen vóór, '94 tegen), 'sol! man nicht hemmen, sondern mitzugestalten suchen."

Van die Mitgestaltung kwam niets terecht.

Nog geen vier maanden later werd de NSDAP de enige toegelaten politieke beweging;

alle andere partijen waren inmiddels verboden of hadden zich, met inbegrip van de

Deutsch-Nationalen (teleurgesteld door zijn machteloosheid was Hugenberg

eindjuni uit de regering getreden), zelfontbonden.     Blz 429

 

Alle politieke oppositie werd onderdrukt of in een, aanvankelijk aarzelende, illegaliteit gedreven.

Dat volk kwam (en velen in Duitsland juichten dat toe) onder de dictatuur te leven van één partij; die partij bleef, op de momenten waarop het aankwam, wat zij nagenoeg van meet af aan

geweest was: onderworpen aan de wil van één man - Adolf Hitler, de Führer.   Blz 430

 

Martin Borman in het partijblad van de NSDAP 1941

Hij had geen behoefte, Christus in geveinsde bescherming te nemen.

'Nationalsozialistische und christliche Auffassungen sind unvereinbar,' schreef hij in juni '41.

 

'Unser nationalsozialistisches Weltbild steht weit höher als die Auffassungen des

Christentums die in ihren wesentlichen Punkten vom judentum ubernommen worden sind.

Auch aus diesem Grunde bedürfen wir das Christentum nicht.

Kein Mensch würde etwas vom Christentum wissen wenn es ihm nicht in seiner Kindheit van den Pfarrern eingetrichtert worden wäre.

Der sogenannte liebe Gott gibt das Wissen von seinem Dasein dem jungen Menschen keineswegs van vornherein mit auf dem Wege, sondern überlässt das trotz seiner Allmacht erstaunlicherweise den Bemûhungen der Pfarrer.

Wenn unsere jugend also künftig einmal vom diesem Christentum, dessen Lehren weit

unter den unseren stehen, nichts mehr erfährt, wird das Christentum von selbst verschwinden'

 

een programmatische uitlating, zo openhartig, zo brutaal, zo onvervaard, dat snel bepaald werd dat het rondschrijven waarin zij vervat was, als ingetrokken beschouwd en alle exemplaren ervan vernietigd moesten worden. Hier evenwel had het nationaal-socialisme, zij het slechts kort, het masker van gehuichelde tolerantie laten vallen en zich getoond als wat het in werkelijkheid

was: een geestelijke beweging die het gemunt had óók op de ondergang van het Christendom.

Blz 442

Het concordaat met paus pius de elfde via von Papen die dat tekende

'Wenn Seine Heiligkeit der Papst sich trotzdem entschlossen hat, dem Vertragswerk zuzustimmen,

dann geschah es (wie er mir sagte)', aldus von Papen

'aus der Erkenntnis dass das neue Deutschland eine entscheidende Schlacht gegen den Bolschewismus und gegen die Gottlosenbewegung geschlagen habe, und dass er voller Vertrauen in die Zusicherungen des ReichskanzIers sei, die nationale Wiedergeburt auf der alleinigen Grundlage des Christentums durchzuführen:'  Blz 443

 

zie verder blz 11

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 11  
 

 

Paus Pius XI en kardinaal Pacelli hadden reden, zich bedrogen te achten.

'Mit brennender Sorge   encycliek van 14 maart 1937

und steigendem Befremden beobachten wir,' aldus de Paus, 'seit geraumer Zeit den Leidensweg der Kirche, die wachsende Bedrängnis der ihr in Gesinnung und Tat treubleibenden Bekenner und Bekennerinnen inmaten des Landes und des Volkes dem St. Bonifatius einst die Licht- und Froh botschaft von Christus und dem Reiche Gottes gebracht hat.'

Nu geen illusies meer! Het aanschouwelijk onderricht van de sinds '33 verlopen jaren was, aldus de Paus, duidelijk genoeg geweest: intriges waren onthuld,

'die von Anfang an kein anderes Ziel hatten als den Vernichtungskampf'

Fel en principieel was zijn veroordeling van het Neuheidentum en van het pseudo-religieus karakter der NSDAP:

'Wer die Rasse, oder das Volk, oder den Staat, oder die Staatsvorm, die Träger der Staatsgewalt oder andere Grundwerte menschlicher Gemeinschaftsgestaltung- die innerhalb der irdischen Ordnung einen wesentlichen und ehrengebietenden Platz behaupten - aus dieser ihrer irdischen Wertskala herauslöst, sie zur hochsten Norm aller, auch der religiösen Werte macht und sie mit Götzenkult vergöttert, der verkehrt und fälscht die gottgeschaffene und gottbefohlene Ordnung der Dinge.'

Op Palmzondag 1937, een week na de ondertekening, werd dit pauselijk getuigenis in alle katholieke kerken van Duitsland voorgelezen. Verspreiding van de tekst werd onmiddellijk verboden,   Blz 445

 

De joden boycot.

De partij begon.

Protesten in het buitenland tegen de vorming van de door de antisemiet Hitler gedomineerde regering, hier en daar gekoppeld aan vooral van de internationale socialistische beweging uitgaande oproepen, geen Duitse waren meer te kopen, werden als aanleiding gebruikt om eind maart, vrijwel onmiddellijk na de aanvaarding van het Ermächtigungsgesetz, in Duitsland een boycot te organiseren van alle joodse bedrijven. De partij riep er een commissie voor in het leven onder voorzitterschap van de uitgever- hoofdredacteur van Der Sturmer, de psychopaat Julius Streicher, Gauleiter te Neurenberg.' Alle formaties van de SA en de SS werden gemobiliseerd en op I april werden in de Duitse steden en dorpen joodse winkels beklad en beplakt ('Deutsche, kauft nicht bei Juden!'), bij vele stonden bovendien SA'ers of SS'ers als wachtpost opgesteld om naam en adres te noteren van niet-Joden die de euvele moed hadden, het door de partij uitgegeven en door het propaganda-apparaat krachtig ondersteunde parool in de wind te slaan.

 

In de noten geeft dr.de Jong op blz 453 inzicht in de mening van Julius Streicher

Van's mans opvattingen slechts één voorbeeld,ontleend aan het verslag van een gesprek dat hij ca. 1934 met de Reichsinnenminister Frick voerde: 'Er klärte Frick über die gefährlichkeit des Mischlingsproblems auf, erzählte schmatzend dass schon bei einem einzigen Beischlaf eines Juden mit einer Arierin die Schleimhäute ihrer Scheide durch den artfremden Samen derartig 'imprägniert' würden dass diese Frau ... unfähig geworden sei, reinblütige Arier aus der Befruchtung durch einen Arier zu gewinnen.'

 

zie verder blz 12

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 12  
 

 

De uitoefening van het ene beroep na het andere werd afhankelijk gesteld van het bezit van een Arier-Nachweis: Joden moesten die uitoefening dus staken. Dat begon, in Pruisen, met de joodse notarissen en rechters; in heel Duitsland moesten na 7 april alle joodse ambtenaren (1 op de 200 bij het overheidspersoneel) hun functie neerleggen, wachtgeld werd slechts toegekend

aan diegenen die langer dan tien jaar in overheidsdienst geweest waren (ontslag volgde twee-en-een-half jaar later en de wachtgeldregeling werd toen beperkt tot oud-gedienden uit de eerste wereldoorlog, de Frontkämpfer).

 

Later in diezelfde maand, april '33, werd het ritueel slachten verboden en werden alle ziekenfondsen gedwongen joodse artsen te ontslaan. Met de oprichting van de Reichskulturkammer verdwenen in de herfst alle Joden uit de pers- en kunstwereld; eerder al was bij alle instellingen van voortgezet onderwijs de numerus clausus ingevoerd: er mochten, kinderen van Frontkämpfer en Mischlinge niet meegerekend, niet méér joodse kinderen die instellingen bezoeken dan overeenkwam met het percentage dat de Joden op de gehele Duitse bevolking vormden. Dat percentage was laag: ca. I %  Blz 455

 

September' 35 werden in een speciale zitting van de Rijksdag, ter gelegenheid van de Parteitag in Neurenberg gehouden, de Z.g.Neurenberger wetten aangenomen: alle geslachtsverkeer tussen Joden en 'Ariërs' en a fortiori huwelijken tussen hen werden verboden en strafbaar gesteld; 'arische' dienstmeisjes mochten niet langer in joodse gezinnen werken.

 

In november '35 werd daarom bepaald dat als Jood zou gelden wie drie of vier joodse grootouders had; bezat men er twee, dan gold men slechts als Valljude indien men lid was van een joodse gemeente dan wel gehuwd met een voljoodse partner. Alle andere personen met twee joodse grootouders golden als Mischlinge van de eerste graad (Misch ling I), personen met één joodse grootouder als Mischlinge van de tweede graad (Misch ling II). In mei '39 bleken er in heel Duitsland nog ca. 230000 Volljuden te wonen, benevens ruim 50000 Mischlinge I en ruim

30000 Mischlinge lP: in zes jaar tijd had dus ongeveer de helft van alle Joden Duitsland verlaten.

Blz 456

in augustus werden alle joodse mannen die geen duidelijk joodse voornaam hadden, genoopt er een extra voornaam, 'Israël', bij te nemen, voor de joodse vrouwen werd dat 'Sara' - en tenslotte werd dan in oktober op initiatief van de Zwitserse regering, bevreesd als zij was voor een toevloed van joodse vluchtelingen en voor de 'Verjudung' van Zwitserland, verordineerd dat alle Joden in wat nu Gross-Deutschland was gaan heten (Duitsland, Oostenrijk en het Sudetengebied) een opvallende J in hun paspoort gestempeld kregen: zwart en drie centimeter hoog, een Zwitsers douane-beambte moest wel blind zijn om dat teken niet op te merken.

Blz 458

Economische betrekkingen met Duitsland

Ir. R. A. Verwey, directeur van de Nederlandse Rijksdienst der Werkloosheidsverzekering

en Arbeidsbemiddeling, zag, met andere hoofdambtenaren, de zaak al heel simpel: de mens kon beter werken dan zijn dagen in ledigheid slijten; in welk kader hij werkte, was van geen belang; een werkloze die arbeid in Duitsland aanvaardde, diende, zo meende Verwey, niet alleen zijn eigen belang en dat van zijn gezin maar ook het nationaal belang  want de Nederlandse staat behoefde hem dan geen steun meer uit te keren.

zie verder blz 13

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 13 
 

 

Die visie werd door de meeste directeuren der arbeidsbeurzen alsook door de rijksinspecteurs van de werkverschaffing gedeeld. Een-en-ander leidde er toe dat de ministers van sociale zaken uit het derde en vierde kabinet-Colijn (respectievelijk de vrijzinnig-democraat mr. M. Slingenberg en het lid van de Rooms-Katholieke Staatspartij mr. C. P. M. Romme) in '37 en '38 circulaires deden uitgaan waarbij aan de gemeentelijke organen opgelegd werd, werklozensteun in te houden indien een werkloze weigerde, de aangeboden arbeid in Duitsland te aanvaarden. Hiertegen rees verzet: bij sommige gemeentebesturen, maar vooral ook bij de vakcentrales. Ook werden protesten geuit in de Staten-Generaal, Desondanks werden in totaal als gevolg van de druk die het Haagse departement uitoefende, van '37 tot '39 een kleine 30 000 werkloze Nederlandse arbeiders, aanvankelijk hoofdzakelijk landarbeiders, later ook bouwvakkers, in Duitsland geplaatst, op vallend weinigen echter uit Friesland waar de SDAP sterk in de gemeentebesturen vertegenwoordigd was.

Iets op ons relaas vooruitlopend, willen wij hier opmerken dat de sociaal-democraat dr. J. van

den Tempel, die in augustus '39 als minister in het kabinet-de Geer de portefeuille van sociale zaken overnam, kort na het uitbreken van de tweede wereldoorlog ir. Verwey mondeling instrueerde, bij de uitzending van werklozen naar Duitsland geen sociale dwang meer toe te passen, en dat ir. Verwey in de bezettingsjaren, nu met de leiding van het departement van

sociale zaken belast, van alle secretarissen-generaal die niet nationaal-socialist of uitgesproken pro-Duits waren, degene was die het minste weerstand bood aan Duitse eisen. Blz 486

 

Defensie

De Rotterdamse hoogleraar dr. ir. J. Goudriaan was een dier zeer weinigen, zo niet de enige. hij publiceerde onder de titel 'Te wapen!' begin april' 36, een maand na de bezetting van het Rijnland, in De Groene Amsterdammer een artikel (hij had het een jaar eerder geschreven,

maar toen niet wereldkundig gemaakt) waarin hij betoogde: de tweede wereldoorlog komt en de Duitsers zullen stellig van plan zijn, over Nederlands grondgebied op te rukken.

Blz 600

 

Het slagkruiserplan t.b.v de veiligstelling van Indonesie bij een Japanse aanval

De regering besloot tot de aanbouw van drie slagkruisers, elk groot ca. 27000 ton, en voorzien van de nodige entourage aan kleinere eenheden. Een daartoe strekkend wetsontwerp, op 30 april I940 in Batavia door de VoIksraad aangenomen, kwam in Den Haag bij de Staten-Generaal

niet meer in behandeling. Blz 607

 

Premier Colijn versus koningin Wilhelmina

Op tweede Paasdag, maandag 10 april, werd Colijn bij de Koningin ontboden. Met klem drong zij op algemene mobilisatie aan. Colijn weigerde. Hij troostte zich maar met het argument dat zij, 'als echte vrouw (hetgeen gelukkig) nog wel eens veranderlijk van opvatting' was" - zijn opinie

stond muurvast: algemene mobilisatie was niet nodig en niet wenselijk; ze zou het economisch leven verstoren en ze was duur. Er restte de Koningin niet anders dan het besluit te ondertekenen dat telegram Q deed uitgaan:maandagavond te middernacht werd het verzonden. Colijns beleid werd dinsdag de r rde door de ministerraad goedgekeurd. 'Ministerraad geeftgeen geld voor volledige mobilisatie', tekende generaal van Voorst tot Voorst teleurgesteld aan.! Blz 630

 

zie verder blz 14

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 14 
 

 

De val van Colijns vierde kabinet

Romme hief in de zomer van '38 het Werkfonds op: hij riep een Rijksdienst voor de Werkverruiming in het leven, welks directeur, ir. J. Th. Westhoff, later in dat jaar aan de opstelling begon van een groot plan dat, door middel van versnelde uitvoering van de Zuiderzeewerken en ontginning van de daar droog vallende polders alsook door versnelling van de ruilverkavelingen de uitbreiding en het beter gebruik van de cultuurgrond wilde bevorderen. Ook aan de bestaande Z.g.werkverschaffingen wilde Romme een ruimer karakter geven.

Met die werkverschaffingen hadden verschillende overheidsorganen al aan het einde van de jaren '20 een begin gemaakt: het was beter, werklozen ergens aan het werk te zetten dan hen doelloos te laten rondlopen. Men liet hen wegen verbeteren, sportvelden aanleggen en woeste gronden ontginnen; de uitvoering van die werken werd als regel opgedragen aan de Nederlandse Heidemaatschappij. Op straffe van uitsluiting uit de steunregeling waren werklozen verplicht, arbeid in de werkverschaffing te aanvaarden, als zij er physiek geschikt toe geacht werden. Zij ontvingen dan een prestatieloon dat iets boven de lage steunbedragen lag; werkten zij 'zeer

hard', dan konden zij nog een toeslag krijgen van maximaal 10 procent."

Blz 662

Het was zware arbeid, zwaar vooral daarom omdat, ten einde zoveel mogelijk arbeiders in te schakelen, zo weinig mogelijk machines gebruikt werden. Ook waren de werkomstandigheden meest weinig aantrekkelijk: de werkdag was lang, veel beschutting had men in de open lucht niet, de behandeling door de bazen van de Heidemaatschappij was veelal ruw.

Blz 663

Voor de defensie moest meer geld ter beschikking komen, dus moest (gegeven zijn overtuiging dat 'verzwaring van de belastingdruk ... nauwelijks mogelijk' was") elders bezuinigd worden. Wat waren de voorstellen der ambtgenoten 1 'De heren hebben niets van betekenis te voorschijn gebracht', rapporteerde hij op 22 juni aan de Koningin, hij had hun nu dus zelf een nota toegestuurd waarin hij o.m. eiste dat de uitgaven voor de werklozen met f 15 mln verlaagd zouden worden. 'Eiste' - de term is niet te sterk: Colijn sprak zelfvan 'een ultimatum'."

 

Romme, diep gegriefd dat door zijn plannen voor de werkverruiming en voor een iets beter opvangen van de jeugdwerkloosheid een streep gehaald werd, weigerde voor dat ultimatum te bukken. De sfeer was door de zaak- Oss al grondig bedorven. Steenberghe, Goseling, zelfs Welter verklaarden zich met hem solidair. Daarmee was de breuk een feit. Op 29 juni diende

Colijn het ontslag van zijn vierde en voorlaatste kabinet in. Blz 664

 

Voormobilisatie vrijdag 25 augustus 1939 ministerrraad zonder de Geer

De neutraliteits-garantie, door het Auswärtige Amt geformuleerd, had de volgende inhoud:

 

'Wir sind entschlossen, den Niederlanden gegenüber gemäss den traditionellen

 freundschaftlichen Beziehungen zwischen beiden Ländern und in Würdigung der bekannten

niederländischen Unabhängigkeitspolitik eine Haltung zu beobachten die die Unverletzlichkeit

und Integrität der Niederlande unter keinen Umstenden beeinträchtigt und

jederzeit das niederländische Gebiet respektiert.

 

zie verder blz 15

Het Koninkrijk der Nederlanden 40-45 dhr. dr. L de Jong   blz 15 
 

 

Wir erwarten naturlich auch unsererseits dass die Niederlande in einem etwaigen Konflikt uns gegenüber eine einwandfreieNeutralität beobachten. Dazu gehört vor allem auch, dass Holland Einbrüche die etwa van dritter Seite in seine Neutralität erfo/gen sollten, nicht duldet, sondern slch ihnen gegebenenfalls mit allen verfügbaren Mitteln widersetzt.

Sollte die niederlëndische Haltung im Faile eines derartigen Neutralitätsbruches von dritter Seite wider unseter Erwartung eine andere sein, sa würden wir selbstverständlich genötigt sein, unsere

Interessen so wahrzunehmen wie die ;ich daraus ergehendeLage es uns aufnötigen würde.'

Blz 712

De algemene mobilisatie werd afgekondigd in de pers, over de radio en door middel van aanplakbiljetten. Verreweg de meeste gemobiliseerden moesten dinsdag 29 augustus naar hun mobilisatiecentra reizen, hun totaal aantal was tevoren, wat het treinvervoer betrof, becijferd op 144 000 personen: dat getal sloot vermoedelijk de voormobilisatie in. Zij zouden met ruim 500 treinen vervoerd worden. Daarnaast waren nog ruim 60 goederentreinen nodig voor het vervoer van de ca. 14 000 paarden die de landmacht te vorderen had." BLz 715

 

De algemene mobilisatie had, met inbegrip van de voormobilisatie, ongeveer 150000 man in dienst geroepen.ê Men mocht aannemen dat zich in totaal eind augustus ca. 250000 Nederlanders onder de wapenen bevonden.

 

Oorlog

Zondagmorgen 3 september om 9 uur overhandigde de Britse ambassadeur in Berlijn aan de hoofdtolk van het Auswärtige Amt, Paul Schmidt, het Britse ultimatum: als Duitsland niet

binnen twee uur bekend maakte dat het onverwijld alle operaties tegen Polen afbrak en zijn strijdkrachten terugtrok, zou om II uur de oorlogstoestand tussen Duitsland en Engeland ingaan.

Blz 722

 

Om 12 uur 20 werd het Franse ultimatum overhandigd.

 Het liep om 5 uur af. Zondagmiddag 3 september' 39 om 5 uur

bevond Duitsland zich in oorlog met Polen, Engeland en Frankrijk.