Steun daarom het actiecomité Dwangarbeid Nee en de Bijstandsbond en teken deze petitie.

Het is nog niet te laat voor verzet!” 

 

 

Bijstandsbond

WWB maatregelen               http://www.bijstandsbond.org/

 

Het wetsvoorstel WWB maatregelen

 

Position paper van de Vereniging Bijstandsbond Amsterdam voor de hoorzitting van de Tweede Kamer op donderdag 28 november in Den Haag.

 

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bood op 12 november het wetsvoorstel WWB Maatregelen aan de Tweede Kamer aan. Het wetsvoorstel wordt vanaf 1 juli 2014 gefaseerd ingevoerd.

Het wetsvoorstel ‘Wet maatregelen Wet Werk en Bijstand en enkele andere wetten’ was al lange tijd in aantocht, maar er was nog weinig over bekend. De reden hiervoor is dat het wetsvoorstel nauw samenhangt met plannen voor de Participatiewet en de inkomenspositie van mensen.

Dit betreft in het bijzonder de mensen die straks herkeurd worden vanuit de Wajong. De Raad van State en de Raad voor de Rechtspraak hebben inmiddels kritische adviezen gegeven aan de staatssecretaris

Belangrijke vraag is of de wet niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en of het niet gaat leiden tot veel beroepsprocedures een bureaucratisering van de samenleving, met veel onzekerheid voor de klanten, onder andere omdat categorale regelingen en toeslagen worden afgeschaft en vervangen door een beperkte uitbreiding van de pot met bijzondere bijstand, waarbij steeds een individuele beoordeling moet plaatsvinden.

Dit roept de vraag op of de ingeplande bezuinigingen wel worden gehaald en of het Rijk niet eenvoudigweg de bezuinigingen doorvoert en de problemen van de bureaucratisering (een uitgebreider uitvoerend apparaat) op het bordje van de gemeenten schuift.

De Raad van State is ook van oordeel dat deze maatregel niet proportioneel is en adviseert het kabinet om ervan af te zien.

Ook VNG en Divosa hebben scherpe kritiek op de aanpassingen in de Wet werk en bijstand. De maatregelen schieten volgens VNG en Divosa hun doel voorbij, leiden tot onnodige extra regels en dwang en beperken de mogelijkheid tot maatwerk.

De Wet werk en bijstand is bedoeld als vangnet voor burgers die niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. VNG en Divosa hebben in maart al forse kritiek geleverd op het conceptwetsvoorstel. De Maatregelen WWB kunnen leiden tot: Verhoging van schulden bij werkzoekenden; groter beroep van werkzoekenden op andere gemeentelijke vangnetten zoals de bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, ondersteuning van de voedselbanken en de maatschappelijke opvang.

Het wetsvoorstel zoals het er nu ligt, dat hadden wij wel verwacht. Reeds jaren vindt vanuit bepaalde hoeken van de samenleving een aanval plaats op de fundamenten van de positie van de minima in de samenleving.

Dit ging in de loop der jaren gepaard met een aanscherping van strafmaatregelen in diverse sociale zekerheidswetten, verruiming van het begrip passende arbeid, strengere keuringen, verlies van koopkracht en strengere controles middels een uitbreiding van de huisbezoeken en andere maatregelen, waardoor de toegang tot de sociale zekerheid voor steeds meer mensen sterk werd ingeperkt en steeds meer mensen moesten rondkomen van een veel te laag sociaal minimum, tot in lengte van jaren.

En dit, terwijl de economie al decennia lang onvoldoende arbeidsplaatsen creëert voor de duizenden werkzoekenden. In feite was er voor de economische crisis al sprake van een bijna baanloze groei, met een chronische massawerkloosheid, die door de crisis versterkt is.

 

 

Vele mensen met een minimuminkomen hadden zodoende geen alternatieven voor het leven op een sociaal minimum tot in lengte van jaren, ondanks de verhullende retoriek die daarover door de overheid wordt verspreid.

De invoering van deze maatregelen werd gekenmerkt door een compromis tussen de liberalen en de sociaaldemocraten. Centraal kwam te staan het ‘volumebeleid’: de toegang tot de sociale zekerheid werd steeds verder ingeperkt, maar het sociaal minimum als principe waar geen enkele legale hier verblijvende burger beneden mocht zakken bleef formeel als principe gehandhaafd, hoewel de koopkracht ervan terugliep, met het argument dat dit sociale minimum moest blijven gelden voor alle mensen die het ‘echt’ nodig hadden.

Maar in de samenleving groeide de kloof tussen arm en rijk, waarbij de rijken steeds rijker werden en de armen steeds armer. Een hogere belasting voor mensen die al heel veel geld hebben is onbespreekbaar, de armen worden gepakt.

Met het huidige wetsvoorstel worden vele kenmerken van een rechtvaardige samenleving voor iedereen overboord gegooid. Het volumebeleid ontaardt hiermee in het ‘zoeken naar een stok om de hond te slaan’.

Er wordt gezocht naar het uitsluiten van mensen van het recht op eten, een dak boven je hoofd, waarbij de maatregelen worden doorgevoerd op ideologische gronden en niet omdat de overheids financiën of andere rationele argumenten de bezuinigingen en deze maatregelen noodzakelijk maken. En de ideologische motiveringen zijn, dat de schuld van de armoede en werkloosheid bij het individu worden gelegd: dan moet je je maar anders gedragen, kleden, pillen slikken, zonder protest doen wat je baas zegt, onderbetaling en slechte ziekmakende arbeidsomstandigheden zonder morren aanvaarden, en zo niet, dan wordt je zomaar drie maanden uitgesloten van een inkomen.

Er wordt gesuggereerd: werkloosheid is je eigen schuld, en heeft verder niets te maken met de maatschappelijke omstandigheden, en het feit dat er niet voor iedereen betaald werk is. Maar niet alleen is het volumebeleid ontaard in het zoeken naar een stok om de hond te slaan, nee, ook het algemene principe van het sociale minimum waar je niet beneden mag zakken wordt met de invoering van de kostendelersnorm afgeschaft.

Het sociale minimum is niet langer een algemene norm voor iedereen in een beschaafd land, waarna je van het bedrag dat je krijgt als gepensioneerde, arbeidsongeschikte, werkloze, werkende met een minimuminkomen je leven mag inrichten volgens eigen keuzen en omstandigheden en respect voor de autonomie van de mens met daarbij de verdeling van de kosten die je hebt.

Nee, de overheid gaat bijstandsachtige principes invoeren in de volksverzekeringen zoals het principe dat bij de hoogte van de bijstand wordt gekeken naar de kosten die je hebt voor bepaalde uitgaven.

De overheid zegt: je hebt een uitkering, maar als die en die door ons te bepalen kosten kosten minder zijn, dan krijg je minder uitkering. Dit betekent een begin van afschaffing van de volksverzekeringen: immers, een volksverzekering is in principe een geïndividualiseerde verzekering, waarvoor je premie betaalt.

Wij zijn nu over de gehele linie op weg naar het biologisch minimum van de VVD op basis van bijstandsachtige sociale voorzieningen zonder sociale verzekeringen, waardoor je op het absolute sociale minimum wordt vastgepind.

Dit schrijnt des te meer, daar de rijken steeds rijker worden en excessieve asociale verrijkingen nauwelijks worden gecontroleerd en bestraft en soms zelfs legaal zijn, waarbij belastingverhogingen voor die rijken taboe zijn.

 

De maatregelen op een rij voorzien van commentaar

Er wordt een kostendelersnorm geïntroduceerd waardoor de bijstandsnorm per persoon lager zal worden naarmate meer meerderjarige personen in de woning aanwezig zijn en zij ook met meer personen de kosten kunnen delen.

Deze kostendelersnorm gaat, behalve in de bijstand, ook gelden in de AOW, Anw, IOAW, IOAZ en Toeslagenwet. De invoering van de kostendelersnorm, betekent dat ongeveer honderdduizend uitkeringsgerechtigden die onder diverse sociale verzekeringswetten vallen er honderden euro's op achteruit zullen gaan. (AOW-ers, WWB-ers, Wajongers, etc.)

Woont u in bij moeder dan gaat bijstandsuitkering 202 euro omlaag en de AOW van uw moeder nog eens 283 euro. Alleenstaande in de bijstand met thuiswonend werkend kind wordt

per 1-1-14 202 euro gekort op zijn uitkering.

Twee Zussen in de AOW die wonen op zelfde adres leveren per 1 juli volgend jaar circa 250 euro in vanwege de kostendelersnorm. Twee samenwonende personen, beiden AOW en geen partners gaan er door de kostendelersnorm 566 euro per maand op achteruit.

De kostendelersnorm is een ramp voor de positie van vele minima.

De norm is in strijd met doelstellingen van de participatiesamenleving dat meer mensen voor elkaar moeten zorgen. In veel voorkomende situaties zorgen inwonende kinderen voor hun oudere ouders; zij worden straks financieel gestraft voor die hulp. AOW-ers en chronisch zieken hebben vaak meerkosten vanwege chronische ziekte en worden extra geraakt vanwege inperking kostenvergoedingen de afgelopen jaren en het afschaffen in dit wetsvoorstel voor categorale bij bijstand waarbij ze niet voor individuele bijzondere bijstand in aanmerking komen.

Bovendien is de kostendelersnorm een moeilijk te controleren maatregel. Wat we hierboven ook al geconstateerd hebben, zullen de maatregelen leiden tot een verdere uitbreiding van het gemeentelijk ambtelijk apparaat of dit noodzakelijk maken.

Een heel nieuwe aan te stellen groep van controleurs, handhavers en sociale rechercheurs moet op pad om middels (onaangekondigde) huisbezoeken de thuissituatie te controleren. Daarbij zal net als bij controle op samenlevingsvormen in het algemeen diep ingegrepen moeten worden in de privé-situatie van de betrokkenen.

Wij achten het onwenselijk. mensen eerst vier weken naar een baan te laten zoeken voor ze recht krijgen op bijstand en hun het recht daarop te ontnemen als ze de zoektocht onvoldoende kunnen aantonen.

Iedereen die een bijstandsuitkering aanvraagt, moet aantonen dat hij in de voorafgaande vier weken er zelf alles aan heeft gedaan om werk te vinden.

De zoektijd van vier weken en het plan van aanpak gelden dan ook voor personen van 27 jaar en ouder. De werkzoekenden doen een beroep op een bijstandsuitkering omdat ze meestal financieel volkomen aan de grond zitten.

Daardoor zal een grote groep door de maatregel in financiële problemen komen. De staatssecretaris wijst op het succes van dit instrument bij de jongeren. Hoe is het mogelijk. Zo wees een onderzoek van FNV Jong over de maatregel bij jongeren tot 27 jaar uit, dat landelijk gezien door de 4 weken wachttijd 37% van de jongeren die een uitkering aanvroegen van een aanvraag afzag, omdat men werk had gevonden of verder ging studeren.

Van 63% weet men het dus niet. Hetzelfde onderzoek van FNV Jong wees uit, dat een groot gedeelte van die 63% in een uitzichtloze positie komt.

Na 4 weken moet de aanvrager van een bijstandsuitkering aantonen dat hij zich heeft gehouden aan de verplichtingen op grond van artikel 18, een onmogelijke opgave.

 

 

Als hij daar onvoldoende in slaagt, volgt nog eens drie maanden uitsluiting van de uitkering. Deze en andere stappen/maatregelen zijn de weg naar het voor een groot gedeelte afschaffen van de bijstand als laatste vangnet.

In Amsterdam en Rotterdam is de 4 weken wachttijd al ingevoerd en op ons spreekuur ervaren we nu al de problemen. Bel je niet op de opgelegde dag, geen aanvraag en dan begint de wachttijd wederom.

Het geldt ook voor mensen die zich aantoonbaar suf hebben gesolliciteerd, wat is dan het doel, is niet proportioneel. Veel mensen komen hierdoor in financiële moeilijkheden.

• verplicht invoeren van een tegenprestatie voor alle bijstandsgerechtigden in alle gemeenten. De gemeenteraad wordt verplicht om bij verordening regels vast te stellen met betrekking tot de plicht tot tegenprestatie en de bijbehorende maatregel.

De ‘tegenprestatie naar vermogen’ krijgt nog steeds geen duidelijke invulling, terwijl de gemeenteraad wel wordt verplicht een verordening hiervoor te maken. De wettelijke ruimte voor de gemeente is beperkt en in de praktijk blijken hier knelpunten te liggen. In 2012 is de bijstandswet al aangescherpt.

Gemeenten kregen toen meer wettelijke mogelijkheden om mensen te verplichten werk te aanvaarden en een maatschappelijke tegenprestatie te verlangen. In het nieuwe wetsvoorstel wordt deze maatschappelijke tegenprestatie nader omschreven als ‘onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden’ en verplicht gesteld. Gemeenten worden ook gedwongen sancties op te leggen als mensen niet meewerken.

De colleges hebben wel beleidsvrijheid om invulling te geven aan de aard van de maatschappelijk nuttige werkzaamheden. Voor iedereen wordt een plan van aanpak opgesteld. In de plannen staat wel dat mensen ‘invloed hebben’ op de keuze van een maatschappelijke tegenprestatie. Wat dit dan inhoudt en welke criteria dan gelden, is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat gemeenten straks kunnen bepalen wat iemand moet doen.

Als hij niet meewerkt, wordt hij gekort op zijn uitkering. Keuzevrijheid of ontwikkelen van talenten staat dus op de laatste plaats. Alle Wajongers met werkvermogen gaan straks over naar de Participatiewet en krijgen hier dus ook mee te maken. De Bijstandsbond deelt de conclusie van de Raad van State, dat het verplichten van tegenprestatie voor mensen, die geen kansen hebben op de arbeidsmarkt en/of vanwege arbeidsongeschiktheid niet meer kunnen werken op straffe van 3 maanden uitsluiting van de uitkering in strijd is met het verbod op dwangarbeid, zoals geformuleerd in internationale mensenrechtenverdragen.

Slechts weinig gemeenten zien heil in deze maatregel. De bijstandsbond heeft met andere organisaties in het comité dwangarbeid nee een rapport samengesteld over het werken met behoud van uitkering in Amsterdam, waarbij een reeks van klachten en misstanden naar voren kwamen. Dergelijke rapporten zijn ook in andere gemeenten gemaakt.

Er is verdringing op de arbeidsmarkt, waarbij mensen die voor een tegenprestatie moeten werken en werkzoekenden die voor hun uitkering moeten werken betaalde krachten van hun arbeidsplaatsen verdringen.

De Haagse regels met betrekking tot participatieplaatsen en vrijwilligerswerk, dat het additioneel moet zijn en moet leiden tot perspectief op een betaalde baan worden in de verschillende gemeenten met voeten getreden.

Eigen ideeën van bijstandsgerechtigden om zich in te zetten voor de samenleving worden vaak afgewezen. Door het ontbreken van formulering van rechten van bijstandsgerechtigden in dit soort situaties wordt de deur naar willekeur bij de invoering van de generieke tegenprestatie nog verder opengezet.

Mensen hebben invloed op wat ze gaan doen, staat in de Memorie van Toelichting; in de volgende zin staat: maar de gemeente bepaalt, dus die invloed is een wassen neus. ook de Centrale Raad van Beroep is van oordeel dat het in strijd is met verplichte arbeid als er totaal geen uitzicht is op arbeidsdeelname en van normale burgerplichten is ook geen sprake, het geldt immers alleen en wel verplicht voor mensen met bijstand.

Ook wordt vastgelegd dat bijstandsgerechtigden hun sollicitaties niet mogen belemmeren door persoonlijke verzorging, onaangepaste kleding, en/of gedrag.

Wie zich naar het oordeel van de klantmanager niet gedraagt, of naar het oordeel van de klantmanager slordig gekleed is, krijgt te beoordelen door de gemeenten maximaal drie maanden geen uitkering meer. Met deze belachelijke regel wordt de bijstandsgerechtigde onderworpen aan een subjectief beleid van willekeur, waarbij er altijd wel een reden te vinden is om iemand een douw te geven.

Wat is ‘onaangepaste kleding’? Wat is onaangepast gedrag?

Daar kun je van alles onder verstaan, en iedereen verstaat er weer iets anders onder.

als er naar het oordeel van de uitkeringsinstantie sprake is van misdragingen tegen uitvoerende instanties en hun functionarissen tijdens het verrichten van hun werkzaamheden wordt de uitkering drie maanden ingehouden.

'Asociaal gedrag' speelt daarbij een rol. Wanneer een belanghebbende zich misdraagt tegen medewerkers die de sociale zekerheidswetten uitvoeren, kan de gemeente of het UWV/SVB een uitkering voor maximaal drie maanden stopzetten.

De maatregel van drie maanden uitsluiting uit de WWB bij het niet nakomen van bepaalde verplichtingen is een straf die niet proportioneel is. Ook wordt geen onderscheid gemaakt tussen ‘lichte’ en ‘zware’ overtredingen. Deze maatregel is zeer ingrijpend, terwijl de bijstand toch een vangnet is. Zo'n maatregel moet omgeven zijn met bijzondere waarborgen en aan strenge eisen voldoen.

Het betreft namelijk een punitieve sanctie, en geen repetitieve sanctie, in tegenstelling tot wat de regering aangeeft. Dit is in strijd met de mensenrechten.

Op het naar het oordeel van de uitkeringsinstantie niet voldoen aan de informatieplicht staat te beoordelen door gemeenten maximaal drie maanden inhouding van de uitkering. Vele onschuldigen zullen hierdoor worden getroffen.

Veel mensen zijn zich er met de ingewikkelde regels die voortdurend veranderen niet van bewust dat ze een detail hadden moeten melden.

Diverse arbeidsverplichtingen en bijbehorende maatregelen worden geüniformeerd. De bijstand wordt met 100% verlaagd gedurende drie maanden indien iemand de geüniformeerde arbeidsverplichtingen niet nakomt of niet kan aantonen dat aan die verplichtingen is voldaan. Strafmaatregelen voor bijstandsontvangers worden strenger en landelijk voorgeschreven. De beleidsvrijheid die gemeente genoot wordt ingeperkt door de geüniformeerde arbeidsverplichtingen. De bevoegdheden worden verplichtingen en er is nauwelijks meer ruimte voor maatwerk. De bewijslast dat is voldaan aan de verplichtingen komt bij de belanghebbende te liggen, maar kan praktisch onuitvoerbaar blijken.

Met name dat belanghebbende het verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mag belemmeren door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag, is een lastige. Wie bepaalt de criteria hiervoor?

Hoe toont een belanghebbende aan dat hij iets niet heeft gedaan? Er zijn verstrekkende mensenrechtelijke gevolgen van de maatregelen. Een voorbeeld. Een gezin met twee minderjarige kinderen.

 

Vader is gezond verklaard vanuit de WAO (ook al is er wel van alles met hem aan de hand), hij moet solliciteren vanwege de bijstandsplicht. Hij doet dat, volgens de casemanager, niet goed genoeg. De uitkering wordt verplicht voor drie maanden gestopt.

Het gaat om een gezinsuitkering. Ook de partner en de kinderen worden, terwijl vaststaat dat er geen andere inkomsten zijn, geheel uitgesloten van inkomen. Drie maanden kunnen de verplichtingen ten aanzien van de zorgverzekering, het energiebedrijf en de huur niet nagekomen worden, met alle gevolgen van dien.

Dit gezin, ook de twee kinderen, moet zich deze drie maanden maar redden. Kan geheel geen beroep meer doen op ondersteuning van de overheid. Deze harde uitsluitingen hebben we eerder gezien bij ongedocumenteerden. Kinderen mochten op straat gezet worden. Mensen die niet uitgezet kunnen worden, hebben wel recht op medicijnen, maar niet op een boterham of daklozenopvang.

De uitsluiting van deze groep werd politiek geaccepteerd, nu zijn bijstandsgerechtigde Nederlanders aan de beurt. Die uitsluitingen zijn in strijd met de mensenrechten. In de klacht van Defence for Children tegen Nederland, gaf het Europees Comité voor Sociale Rechten bijvoorbeeld aan dat kinderen niet op straat gezet mogen worden. In september 2012 nam de Hoge Raad dat standpunt over.

In de recente zaak van de Protestantse Kerk tegen Nederland bepaalde het Comité dat er een absolute minimumnorm is: iedereen heeft het basisrecht op voedsel, kleding en opvang. Immers, had de vader uit het voorbeeld iets strafbaars gedaan, dan had hij in de gevangenis deze basisrechten wel gekregen en had zijn gezin bijstand kunnen blijven ontvangen.

We laten mensen die afhankelijk zijn van overheidssteun namelijk niet geheel aan hun lot over. Uitzonderingen worden niet toegestaan: ook mensen die van goede wil zijn, maar kampen met complexe problemen, krijgen een forse maatregel opgelegd: geen uitkering voor drie maanden. Deze maatregel opleggen terwijl het voor velen zeer moeilijk zo niet onmogelijk is een betaalde baan te vinden betekent dat vele werklozen in de ellende zullen worden gestort waarbij geen rekening kan worden gehouden met hun persoonlijke omstandigheden.

Artikel 9a WWB, over de ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling van alleenstaande ouders, wordt afgeschaft. Er is aan deze maatregel een jarenlange discussie voorafgegaan.

Nu wordt deze maatregel zonder discussie doorgevoerd. In de loop van de tijd zijn reeksen van bezwaren tegen het generiek opleggen van de sollicitatieplicht aangevoerd.

Rekening moet worden gehouden met de zorgtaken van deze bijstandsvrouwen. In bijzondere situaties als een kind gehandicapt is of bijvoorbeeld leerproblemen heeft moet vrijstelling van de sollicitatieplicht kunnen volgen. Onze ervaring is, dat bijstandsvrouwen nog steeds te weinig ondersteuning krijgen.

Veel bijstandsvrouwen hebben de ervaring dat wanneer ze zeggen: mijn kinderen zijn klein, ik kan geen betaald werk aanvaarden, maar ik kan wel scholing doen, daar heb ik wat aan en daar heeft de maatschappij wat aan, dat dan wordt gezegd je neemt later maar een ongeschoold baantje of een schoonmaakbaantje als de kinderen groot zijn, dat gaan we niet vergoeden.

Men kan niet moreel verontwaardigd huilen over al die jongeren die liefde en aandacht tekort komend langs de straat zwerven omdat niemand hen thuis opwacht na schooltijd en tegelijkertijd de vrijstelling van sollicitatieplicht van bijstandsvrouwen met kinderen afschaffen.

 

De mogelijkheid tot verlening van categorale bijzondere bijstand wordt verkleind. Alleen categorale bijzondere bijstand in de vorm van een collectieve aanvullende zorgverzekering of een tegemoetkoming in de premie van een dergelijke verzekering wordt gehandhaafd.

 

Voor deze vorm van categorale bijzondere bijstand wordt de inkomensgrens van 110% van de bijstandsnorm geschrapt. Het voorstel voorziet in de afschaffing van de bestaande inkomensgrens van 110% voor categorale bijzondere bijstand in de vorm van een (premiebijdrage in de) collectieve zorgverzekering voor minima (CZM). Hierdoor worden gemeenten in staat gesteld naar wens een hogere inkomensgrens vast te stellen, bijvoorbeeld ter hoogte van 120% of 130% van het sociaal minimum.

De langdurigheidstoeslag wordt vervangen door een individuele inkomenstoeslag. Het gaat bij de afschaffing van de categoriale bijzondere bijstand om de categorale bijzondere bijstand voor:

o Ouderen vanaf 65 jaar

o Ouders met schoolgaande kinderen

o Chronisch zieken en gehandicapten. Laatstgenoemde doelgroep wordt overigens ook geraakt door de afschaffing van (delen van) de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Compensatie eigen risico (CER),

Het deel over de afschaffing van de overige mogelijkheden van categorale bijzondere bijstand wordt beoogd in te gaan op 1 juli 2014.

Hierbij geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2015. Hierdoor hebben gemeenten de mogelijkheid om lopende vormen van deze inkomensondersteuning te beëindigen.

Bij de afschaffing van categorale bijstand bestaat het risico dat de groepen die nu voor categorale bijzondere bijstand in aanmerking komen geen gebruik kunnen maken van de individuele bijzondere bijstand. De nieuwe procedure brengt weer een hele rompslomp met zich mee van formulieren invullen, gesprekken voeren met klantmanagers, een lange duur alvorens een beslissing wordt genomen, et cetera.

Dit betekent dat minder mensen van de regelingen gebruik zullen maken en het niet-gebruik van waar je recht op hebt zal toenemen. Ook de afschaffing van de langdurigheidstoeslag heeft deze nadelen. Ook dit leidt tot niet-gebruik, onnodige uitvoeringskosten en bureaucratisering en een grotere kans op rechtsongelijkheid en willekeur.

Het afschaffen van de categorale bijzondere bijstand, onder andere voor chronisch zieken en gehandicapten voor meerkosten betekent, dat zij in veel gevallen in zijn algemeenheid niet in aanmerking voor bijzondere bijstand daar de jurisprudentie daarover al zeer streng is, bij ziektekosten of daarmee samenhangende kosten is geen beroep op bijzondere bijstand mogelijk, daar de zorgverzekeringswet een voorliggende voorziening is, hetgeen vaste jurisprudentie is van de Centrale Raad van Beroep.

De regering geeft aan dat meer geld voor bijzondere bijstand vrij komt, waar willen ze dat geld voor gebruiken. Het recht op bijzondere bijstand, is de laatste jaren sterk uitgekleed door de Centrale Raad van Beroep.

 

 

(Het arbeidsvolume nam in de periode 1969-2006 toe van 5 tot 6,6 miljoen arbeidsjaren. Dus in 36 jaar tijd een stijging van 1,6 miljoen arbeidsjaren. Na die periode bleef het arbeidsvolume schommelen rond de 6.6. miljoen arbeidsjaren. Dus geen toename meer. Het aantal werkzame personen tussen 1969 en 2012 steeg van 5,5 miljoen personen in 1969 naar 8,5 miljoen, maar sinds 2002 is er nauwelijks een toename meer. Wel geeft dit aan dat steeds meer mensen in deeltijd werken. Er heeft dus een gigantische arbeidstijdverkorting plaatsgevonden met evenredige inlevering van loon, vooral in de jaren tot 2002. Vooral in de gezondheidszorg, de zakelijke dienstverlening en handel, vervoer en horeca wordt veel in deeltijd gewerkt.

De laatste bedrijfstak is de bedrijfstak met het grootste aantal banen. De potentiele beroepsbevolking schommelde tussen 2002 en 2012 rond de 11 miljoen personen.)

 

Op 11 -06-2006 verkondigde de kandidaat voor het lijsttrekkerschap van de VVD, Marc Rutte: ‘over vier jaar sluiten we de bijstand’. Het duurt iets langer, maar we zijn hard op weg, uitgevoerd door een sociaaldemocratische staatssecretaris.

++

 

Vereniging Bijstandsbond

Da Costakade 162 1053 XD Amsterdam

020-6898806

info@bijstandsbond.org

 

Waarom is er juist nu in Nederland invoering van dwangarbeid?

 

Solidariteit - commentaar 242 - 26 januari 2014

Weg met de dwangarbeid!

Piet van der Lende

Wie verplicht wordt voor een uitkering te werken, krijgt geen salaris. De 'klantmanager' wijst in sommige gevallen aan waar je wat moet gaan doen. Je hebt geen keus, je kunt niet weigeren. In de nieuwe plannen van staatssecretaris Klijnsma die 1 juli 2014 ingaan, kun je ongeacht je persoonlijke omstandigheden standaard drie maanden uitgesloten worden van een uitkering. Met andere woorden: 'je doet wat wij zeggen, anders kun je verrekken.'

Nu is het best denkbaar dat dergelijke vormen van werken voor een uitkering, de kansen op betaald werk kunnen vergroten. Bijvoorbeeld als je op een werkervaringsplaats scholing krijgt of intensieve begeleiding, waarbij je veel leert. En als er afspraken met werkgevers zouden zijn om de mensen na korte tijd in dienst te nemen. Formeel moet een werkgever een 'intentieverklaring' tekenen dat hij iemand met een participatieplaats na verloop van tijd in dienst neemt. Vaak vraagt het uitvoerende re-integratie instituut niet eens zo'n verklaring om maar te kunnen 'scoren' met zoveel mogelijk mensen op een participatieplaats. En zeer vaak wordt die intentieverklaring niet omgezet in een contract.

Verboden

In veel projecten leer je niets. Je moet maandenlang, tot soms wel een jaar of meer, schoenen poetsen, bevelen opvolgen, vloeren schoonmaken die dezelfde dag nog door een professioneel bedrijf zijn schoongemaakt. Of als afwasser werken in een keuken, waarbij je gedwongen wordt de hele dag te staan. Of urenlang geestdodende, steeds herhalende handelingen verrichten, de hele dag, zoals scannen en digitaliseren van papieren dossiers. De gemeente huurt daarvoor geen professioneel bedrijf in, waar immers de arbeiders een loon krijgen met alle daaraan verbonden rechten.
Dwangarbeiders moeten dat werk verrichten, ongeacht opleiding en persoonlijke omstandigheden. Zelfs de Centrale Raad van Beroep stelt dat als daarmee geen rekening wordt gehouden en het niet leidt tot een perspectief op betaald werk, er sprake is van verboden verplichte arbeid.
Gemeentebestuurders zeggen dat je in disciplineringsprojecten 'werknemersvaardigheden' aanleert. Maar die bestuurders en hun uitvoerders verstaan daar onder dat je je aanpast aan de baantjes met de slechtste arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Waar je bevelen van de baas zonder morren opvolgt, ook als ze onredelijk zijn. Waar je genoegen neemt met een laag salaris, bij bedrijven waar geen vakbonden zijn en je zonder te protesteren in flexibele baantjes overwerkt op onmogelijke tijden, of op bevel in de avonduren en 's nachts moet opdraven. Daarom is deze vorm van werken voor een uitkering ook een vorm van verboden dwangarbeid, zoals gedefinieerd in internationale verdragen. Vele bijstandsgerechtigden worden tewerkgesteld in mensonterende disciplineringsprojecten, zoals in Amsterdam de HWU (Herstelling Werk en Uitvoering) en één van de tientallen andere.

Verdringing

Nu zeggen mensen: ja, maar er zijn ook leuke participatieplaatsen. En het is ook nog eens nuttig werk. Bijvoorbeeld bij een organisatie met een niet-commerciële maatschappelijke doelstelling, of in een administratieve baan. Maar ook daar geldt dat geen betaalde krachten worden aangenomen of juist worden ontslagen, omdat werklozen het wel met behoud van uitkering kunnen doen. Dat heet verdringing.
Een voorbeeld is een grote GGZ instelling in Amsterdam die de betaalde krachten in een 'flexpool' voor receptiewerk zoveel mogelijk vervangt door dwangarbeiders met een participatiebaan. Ook gingen de salarissen omlaag, omdat gewone arbeiders moeten concurreren met dwangarbeiders die in feite ver onder het minimumloon werken. Werkgevers en uitvoerende organisaties houden zich niet aan de regels over de participatieplaatsen en nemen mensen niet in dienst. Ze misbruiken de regeling om goedkope, gratis arbeidskrachten binnen te halen.
Bij de acties die tegen dwangarbeid gevoerd worden, is een discussie ontstaan over de eis van de FNV dat participatieplaatsen - werken met behoud van uitkering bij een reguliere werkgever - maximaal drie maanden toegestaan moeten worden, wanneer aan allerlei voorwaarden wordt voldaan. Dit zou eventueel nog drie maanden verlengd kunnen worden. Verschillende actievoerders stellen vanuit hun praktijkervaringen dat papier waarop afspraken van sociale akkoorden met werkgevers en overheid worden vastgelegd geduldig is. De controle daarop ontbreekt echter. Met als gevolg dat werkgevers en overheid door zullen gaan met ontduiking van de afspraken, waarbij je maar moet zien dat je je rechten krijgt. Dit klemt des te meer, omdat een bezwaarschrift tegen een opgelegde korting of tijdelijke uitsluiting van de uitkering bij een meningsverschil met de werkgever en/of de klantmanager geen opschortende werking heeft. Dus je wordt uitgesloten en dan krijg je pas drie maanden later je geld, als je gelijk krijgt. Dit zal velen ervan weerhouden, te protesteren tegen misstanden en schending van afspraken. Geen dwangarbeid, ook geen drie maanden!

Verder hebben dwangarbeiders geen arbeidsrechten, zoals een arbeidscontract, een cao of een pensioenopbouw. Dus ook al werken zij, zij worden niet behandeld als werkenden in loondienst met de daarbij behorende rechten, maar als rechteloze werkloze. In principe kan dat volgens de regeling op de participatieplaatsen vier jaar duren. Bovendien vallen ze niet onder de sociale verzekeringswetten.
Dus als je ziek wordt, of er vindt een bedrijfsongeluk plaats, dan ben je niet verzekerd. Als je door het bedrijfsongeval arbeidsongeschikt wordt, krijg je geen ziektewetuitkering, maar ben je je hele leven verder aangewezen op de bijstand. Een uitkering die bovendien nu al een grote toestroom van volledig arbeidsongeschikten kent en waarop mensen de rest van hun leven aangewezen zijn, omdat er geen volksverzekering bestaat tegen arbeidsongeschiktheid. Sterker nog, de Wajong gaat op de schop. Ook arbeidsongeschikten komen vaak geheel onterecht onder druk om te gaan werken. De sociale diensten maken aan de lopende band inschattingsfouten bij het onderscheid arbeidsgeschikt of niet.

Verhulling

De schuld van de werkloosheid wordt bij de bijstandsgerechtigden gelegd. Er wordt hen voorgelogen dat het hun schuld is dat ze werkloos zijn. Dat ze niet op tijd uit hun bed komen, te assertief zijn, te veel eisen stellen. Maar werkloosheid wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan 'werknemersvaardigheden', zoals dat in de disciplineringsprojecten heet. Bij een krappe arbeidsmarkt hoor je werkgevers daar niet over. Werkloosheid wordt veroorzaakt door een gebrek aan banen.
Het fenomeen van de dwangarbeid maakt deel uit van een breder offensief om de uitbuiting van arbeidskrachten in deze crisistijden te vergroten. Dat noemt de overheid de 'participatiemaatschappij'. In fraai klinkende bewoordingen wordt het ideaal geschetst van een samenleving, waarin iedereen actief meedoet op een plezierige manier en iedereen 'erbij hoort'. In werkelijkheid wordt getracht vanwege bezuinigingen betaalde krachten te ontslaan; in de zorg, het welzijnswerk, de buurthuizen, het onderwijs enzovoort. Werklozen moeten dat werk in ruil voor hun uitkering - in feite rechteloos - gedwongen doen.
Maar ook mensen die al betaald werken, of anderen zoals echtgenoten, hebben ermee te maken. Bijvoorbeeld in de zorg. Door de bezuinigingen in de AWBZ moeten veel (zeer) hulpbehoevende bejaarden voortaan thuis verzorgd worden. Terwijl ze eerst in een verzorgingshuis terecht konden. Nu wordt tegen kinderen of andere familieleden gezegd: je laat je moeder toch niet in de steek, hè, je gaat toch wel meehelpen haar te verzorgen? Vaak wordt dit gezegd tegen mensen die al een drukbezette baan hebben. Deze verhulling van de opgevoerde uitbuiting van arbeidskrachten, heet 'affectief burgerschap'. Dat kent vele onvermoede mogelijkheden voor commerciële uitbaters: vrijwillige verzorgers op grote schaal inzetten bij instellingen en tehuizen. Er is al een bejaardentehuis dat alleen hulpbehoevende bejaarden opneemt als de naaste familie een verklaring tekent dat ze meehelpt met de verzorging. Het begint met een dagje per maand, of zo. Dat is toch niet erg, hè? Het gaat de overheid dus niet alleen om de inzet van wat in klassieke termen het 'arbeidsreserveleger' heet. Alle burgers moeten een groter deel van hun vrije tijd besteden aan taken die eerst door betaalde krachten werden gedaan in welzijns-, zorg- en onderwijsinstellingen.

Verzet

Een ander verhullend woord is 'respijtzorg'. Hierbij wordt duidelijk dat de staat de opvoering van de uitbuiting actief wil regisseren. Tegenover de bezuinigingen op de AWBZ staan extra gelden voor de gemeentelijke uitvoering van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Wel netto veel minder, natuurlijk. Wat gaan de gemeenten nu doen? Er zijn al honderdduizenden overbelaste mantelzorgers die het water aan de lippen staat. Welnu, die WMO gelden zijn bedoeld om de mantelzorgers die overbelast zijn en de collega's die erbij komen een klein beetje van hun taak te ontlasten door bijvoorbeeld te zeggen: 'moeder mag twee middagen in de week op een centrum komen, waar anderen de verzorging overnemen, dan heb jij even tijd om bij te komen.' Want de overbelaste mantelzorgers moeten wel de grenzen van hun mogelijkheden zoeken, maar niet uitvallen. Dat is respijtzorg.
Een voorbeeld waaruit blijkt dat de staat de maximering van de uitbuiting regisseert. Een meisje van elf jaar verzorgt haar hulpbehoevende ouders, zodat ze thuis kunnen blijven wonen. Maar zij wil naar het VWO. Nu gaan ambtenaren en 'hulpverleners' van officiële instellingen zich ermee bemoeien. Ze zoeken een ‘oplossing’, waarbij tijdens de schooluren een andere verzorger aanwezig is, zodat het meisje naar school kan. En de ouders thuis kunnen blijven wonen. Dat willen ze zelf ook graag. Mooi toch?
Dit toont aan dat het weliswaar tot op zekere hoogte met de botte bijl gaat bij die bezuinigingen, maar ook dat het een sluipend proces is. Eerst help je een dagje in het bejaardentehuis, langzaam moet je steeds meer doen. Was het enige jaren geleden zo dat vrijwilligers alleen koffie mochten schenken of een praatje maken, of een spelletje doen met de oudjes, het gaat al veel verder. En niemand heeft er zicht op dat het steeds verder gaat. En de overbelaste mantelzorgers, mensen met flexibele rot baantjes en werklozen in disciplineringsprojecten, wat doen zij? Vanuit schuldgevoelens, affectief burgerschap, verantwoordelijkheidsgevoel, of andere gevoelens en gedachten, gaan ze dikwijls zonder morren tot de uiterste grenzen van hun fysieke en geestelijke mogelijkheden.

Maar het verzet tegen dit soort onaanvaardbare toestanden groeit. Er is geld zat. In 2012 maakten bedrijven in Nederland 150 miljard winst. De bijstandsgerechtigden ontvangen slechts een klein percentage van het nationaal inkomen en van het totaal dat aan uitkeringen wordt verstrekt. Waarom moeten zij dan het pispaaltje van de bestuurders en politici worden, waarbij voor velen de toegang tot dit laatste vangnet meer of minder tijdelijk wordt afgesloten? Overal in het land nemen mensen initiatieven voor de oprichting van lokale groepen binnen en buiten de FNV die de dwangarbeid en de overbelasting van vrijwilligers aan de kaak stellen. Steeds meer rapporten, zwartboeken en verhalen van ervaringsdeskundigen komen op het internet. Weg met de dwangarbeid!

Verklaring

Tot slot de vraag: waarom wordt dwangarbeid ingevoerd? En waarom het initiatief voor een 'participatiemaatschappij', waarin 'iedereen' moet meedoen?

Dit is de stand van zaken. De winsten gaan naar een kleine groep bevoorrechten die in feite de zeggenschap hebben over wat er in de maatschappij gebeurt. De tegenstellingen tussen arm en rijk groeien. We leven in een kapitalistische maatschappij, waarbij de toename van de werkgelegenheid sinds de jaren zestig - uitgedrukt in arbeidsjaren - met ups en downs verwaarloosbaar is. Een vrijwel baanloze groei, gepaard gaande met een aanzienlijke massawerkloosheid. Een grote groep mensen komt aan de rand van de maatschappij terecht, waarbij ze leven in 'grootsteden' die steeds meer duaal (tweedelig) samengesteld zijn.
De door marktwerking economisch overbodig geworden mensen, zowel arbeidsgeschikten als ongeschikten, vormen de potentieel ontwrichtende segmenten van het postindustriële proletariaat. Doelstelling van het overheidsbeleid is om deze groep te normaliseren, controleren, bewaken en neutraliseren door hen onzichtbaar te maken of op te sluiten. In verschillende disciplinerings- en dwangarbeidstrajecten werken werklozen en taakgestraften naast elkaar in hetzelfde project; 'workfare' en 'prisonfare' zijn twee kanten van dezelfde medaille.
In feite worden geen fundamentele oplossingen gezocht, waarin de knelpunten van het productiesysteem ter discussie staan. Integendeel, de bestuurders ontwikkelen een beleid, waarbij de wetten van dat systeem aan iedereen in al zijn sociale relaties en handelingen worden opgelegd. Met als gewenste uitkomst, het individu als zichzelf regulerende ondernemer, opererend op een disciplinerende markt die de sociale relaties en de bezigheden van de burgers in alle opzichten structureert. Kenmerk van de sociale relaties moet zijn: (a) afbakening, van het eigen bezit ten opzichte van anderen en (b) omheining: trekken van grenzen, invoeren van toegangsvoorwaarden, bijvoorbeeld in de vorm van tolpoortjes en patentenwetgeving. Vervolgens vindt op basis van ruil op de markt handel plaats met die afgebakende en afgegrensde 'producten' en daarmee (c) de toe-eigening. Dat is het streven in sociale relaties het liefst meetbare dingen van anderen toe te eigenen, waarbij moeilijk meetbare waarden als solidariteit, mededogen en verantwoordelijkheidsbesef zoveel mogelijk kwantificeerbaar gemaakt worden.
Meetbaarheid, structurering en concretisering van menselijk handelen in 'producten' maakt handel, markt, kapitalisme, accumulatie van kapitaal, scheiding tussen producent en zijn productiemiddelen mogelijk. Vanuit de gedachte van gemeenschapszin, gebaseerd op solidariteit en andere mooie waarden zijn deze scheidingen, splitsingen en afbakeningen belachelijk. Ja, het hele onderscheid tussen productieve loonarbeid en reproductieve arbeid is belachelijk. Maar in feite hebben veel gevoerde discussies als inzet de 'normalisering' van de hier genoemde belachelijkheden. Denk aan de discussie over vrijstelling van de sollicitatieplicht voor bijstandsvrouwen. Of de discussie of veel bijstandsgerechtigden die kunnen werken, in feite klaplopers zijn die prima in de tuinbouw terecht kunnen.

De historicus Tine de Moor stelde recentelijk vast dat sinds ongeveer 2004 overal in het land mensen initiatieven nemen voor collectieve instituties, waar al die splitsingen niet of in geringe mate aanwezig zijn om zo tot een correctie te komen van de falende marktwerking. Een markt met dure producten die niet voor iedereen toegankelijk zijn en tegelijkertijd een verkeerde wijze van produceren inhouden, waarin bijvoorbeeld milieukosten elders worden gelegd. Vooralsnog heeft deze beweging geen politieke stem waarbij de genoemde belachelijkheden naar voren worden gebracht. Maar initiatieven van de 'Transition Towns', voedselcoöperaties en andere samenwerkingsvormen, bijvoorbeeld op het gebied van de energievoorziening, schieten als paddenstoelen uit de grond. Er is sinds 2004 sowieso een hausse in de oprichting van coöperatieve ondernemingsvormen, waarbij de leden anders willen produceren en consumeren dan het kapitalisme hen wil opleggen.

De vraag waarom juist nu de reorganisatie van verschillende sociale zekerheidswetten tot de nieuwe participatiewet, waarom juist nu de invoering van dwangarbeid voor vooralsnog kleine groepen, waarom juist nu de herziening van de zorg in de Wet maatschappelijke ondersteuning en ontmanteling van de AWBZ? Al deze reorganisaties gaan overigens gepaard met de decentralisatie van beleidsverantwoordelijkheden naar de gemeenten. Waarom juist nu de reorganisatie van het welzijnswerk onder het motto 'we subsidiëren geen stenen' - bedoeld zijn structurele subsidies voor staande organisaties die structurele kosten hebben om in stand te blijven - maar we steunen slechts concrete activiteiten in projectsubsidies die we stuk voor stuk beoordelen?
Hoewel de waarnemingen van Tine de Moor weinig in de publiciteit komen en eigenlijk niemand over die hausse van collectieve initiatieven praat, is het beslist niet uitgesloten dat de genoemde overheidsmaatregelen daarop mede een reactie zijn.